Bileam.nl

Wanneer een ezel begint te spreken

Het is een ramp! Riep Berend Botje luid. Hij liep stampvoetend door de ruimte, die kort tevoren als eetkamer had gediend, maar nu ingericht was als onderzoekslaboratorium. Het is een ramp! Herhaalde hij en smeet daarbij een asbak door het raam aan de oostzijde. Dat had hij niet moeten doen. Meteen sprong een alien naar binnen en verzwolg Berend in z’n geheel. Voordat het klaterende geluid van de asbak was verstorven, had de alien de stoere kapitein al tot niets doen terugkeren. Een ramp, dat was het.

Het is winter in de kamer. De sneeuw ligt met dikke pakken stof in de stoelen en over het tapijt. Sjaak beent met grote stappen door de rauwe werkelijkheid van zijn onvermogen. Niet veel krijgt hij gedaan de laatste tijd; niet veel werk komt er uit zijn handen. Zijn de raderen vastgelopen door de ontplofte stofzuiger afgelopen maandag? Of ligt er een fundamenteler probleem aan ten grondslag? Sjaak weet het niet. Wat hij wel weet is dat hij van die sneeuw af wil. En snel.

Nou, dat zal me weer een geschikte dag worden. De tram staat op de stoep geparkeerd en de auto’s vliegen om me heen. Maandagmorgen is nog nooit zo wonderlijk verlopen. Met de deurknop in mijn hand, sta ik gapend de boel aan te kijken die de boel niet meer is. Een tramconducteur loopt rennend een oude dame achterna en probeert met zijn kniptang haar handtas te mollen. Verderop zie ik een eekhoorn aan komen huppelen; schijnbaar zonder doel. Het komt mij allemaal wat verwarrend over. O, hoe verlang ik naar de rust en regelmaat van mijn kantoor. Is het dan nooit mogelijk om ongezien en zonder te worden opgeschrikt over straat te lopen. Ligt de weg naar mijn bureau dan altijd vol met klemmen en angels? Ik snap het niet. Maar één ding weet ik wel: deze dag is nu al verloren.

Pluk